In deze rubriek bespreek ik weer een toppublicatie van collega’s uit Meander Medisch Centrum. Deze keer wil ik graag de MARC-2 studie uitlichten. Deze studie, waar Arend Mosterd van de afdeling Cardiologie aan mee heeft gewerkt, is afgelopen voorjaar in Circulation gepubliceerd. MARC-2 is de vervolgstudie van de MARC-1 studie die ik een paar jaar geleden in dit magazine heb besproken.
Exercise Volume Versus Intensity and the Progression of Coronary Atherosclerosis in Middle-Aged and Older Athletes: Findings From the MARC-2 Study.
Vincent L Aengevaeren, Arend Mosterd, Esmée A Bakker, Thijs L Braber, Hendrik M Nathoe, Sanjay Sharma, Paul D Thompson, Birgitta K Velthuis, Thijs M H Eijsvogels, Circulation, 2023 Mar 28.
Achtergrond
Dat bewegen en sporten het risico op ischemische hartaandoeningen met 30 tot 40% verlaagt, is sinds lange tijd bekend en grondig gedocumenteerd. Middels computertomografie kunnen calcificaties in de coronair arteriën (coronary artery calcification – CAC) in beeld worden gebracht en tevens worden gekwantificeerd. Deze calcificaties zijn een indicator voor de hoeveelheid atherosclerotische plaques in de coronairvaten en het ontwikkelen van cardiovasculaire events in de toekomst. Anders dan verwacht heeft de MARC-1 studie onder andere laten zien dat oudere sporters een verhoogd risico op coronaire verkalking en atherosclerotische plaques hebben vergeleken met minder actieve leeftijdsgenoten. De plaques bij de meest actieve levenslange sporters waren vaker gecalcificeerd en minder vaak gemengde plaques. Wat dit precies betekent is nog onbekend, net als welke vorm, welke hoeveelheid en intensiteit van sporten het beste is.
Wat werd onderzocht? Hoe werd het onderzocht?
De deelnemers van de MARC-1 studie, mannen van middelbare en oudere leeftijd, werden zes jaar na de eerste studie (MARC-1) uitgenodigd voor het vervolgonderzoek in de MARC-2 studie (Measuring Athlete’s Risk of Cardiovascular Events 2). Dit betrof uitsluitend witte caucasische mannen van middelbare en oudere leeftijd (gemiddeld 60 jaar) die al hun hele leven sport beoefenden en geen cardiale klachten hadden. De deelnemers moesten een uitgebreide enquête over hun sportieve activiteiten invullen. Aan de sporten (tennis, hardlopen, zwemmen, fietsen, mountainbiken, etcetera) en competitieniveaus werden verschillende MET’s (metabolic equivalent of task) toegekend. De MET is een internationaal erkende meetwaarde van de hoeveelheid energie die bij een inspanning verbruikt wordt. 1 MET is het energieverbruik in ruste. Voor deze studie werd de trainingsintensiteit als volgt ingedeeld: 3-6 betekent gemiddelde inspanning, 6-9 betreft zware inspanning en bij > 9 gaat het om zeer zware inspanning.
Het trainingsvolume werd berekend op basis van de uitgeoefende sport en het aantal uren training per week en uitgedrukt in MET-uren per week. De deelnemers kregen net zoals in de MARC-1 studie, eerst een non-contrast hart computertomografie, gevolgd door een CCTA met contrastvloeistof. Hieruit werden de CAC-scores bepaald en de atherosclerotische plaques gemeten en gekarakteriseerd.
Wat waren de resultaten?
Bij 287 van de 291 deelnemers werd uiteindelijk de CAC-score berekend en bij 284 deelnemers werd de plaque-analyse gedaan. De gemiddelde follow-up tijd was 6.5 ± 0.5 jaar; de gemiddelde systolische bloeddruk steeg in deze tijd, evenals het gebruik van antihypertensiva en statines; het totale cholesterolgehalte bleef gelijk. De deelnemers trainden gemiddeld 41 (25 tot 57) MET-uren per week, waarvan 44% (0 tot 84%) met een zware intensiteit en 34% (0 tot 80%) met een zeer zware intensiteit. De prevalentie van CAC en de gemiddelde CAC-scores stegen van 52% naar 71%, respectievelijk van 1 (0 tot 32) naar 31 (0 tot 132). Het trainingsvolume was niet geassocieerd met veranderingen in CAC of plaques.
Zware inspanning was geassocieerd met een geringe stijging van de CAC-score (β, -0.05 [-0.09 to -0.01]; P=0.02); zeer zware intensiteit was geassocieerd met een sterkere stijging van de CAC-score (β, 0.05 [0.01 to 0.09] per 10%; P=0.01). Zeer zwaar sporten werd tevens geassocieerd met een verhoogde kans op meer plaques en dan in het bijzonder het ontwikkelen van gecalcificeerde plaques.
Wat zijn de conclusies van dit onderzoek?
De trainingsintensiteit en niet het trainingsvolume wordt geassocieerd met een toename van coronaire atherosclerose bij mannen van middelbare en oudere leeftijd. Bij beide groepen, dus de groep die zwaar trainde, maar vooral bij de groep die zeer zwaar trainde, nam de atherosclerose toe.
Chris Hauck
Huisarts/ apotheker en redactielid Wetenschap in Meander




