Ik heb weleens een discussie gevoerd met een arts over hoe je zijn werk moest noemen: ‘geneeskunst’ of ‘geneeskunde’. Hij vond de artsenij een kunst, ik hoopte eerder dat het een kunde was. We kwamen er samen niet uit. Het gekke is dat niemand het heeft over verpleegkunst. Voor verpleging wordt alleen kunde gebruikt. Wat zegt dat eigenlijk over beide vakken? Ik denk dat het verschil er onder andere mee te maken heeft dat de geneeskunde veel ouder is dan de verpleegkunde. En voordat de wetenschap een vlucht nam was, het genezen van mensen meer een kunst(je) dan een kunde.
Kunde betekent voor mij vakmanschap. Kunst wijst op creativiteit. In ingewikkelde en onvoorspelbare gevallen is de kunst van de geneeskunde belangrijk; dan moet je buiten de lijntjes denken en creatief zijn in het vinden van mogelijke oplossingen en behandelingen voor de niet-standaard situatie. Maar ik moet er niet aan denken dat mijn blindedarm verwijderd wordt door een kunstenaar, die telkens probeert of het nog bijzonderder en creatiever kan. Dan heb ik liever een kundige chirurg, die hetzelfde werk al langer doet en vooral inzet op het goed uitvoeren van wat hij of zij weet dat werkt.
Ook Aristoteles wees er al op dat het in de geneeskunde zou moeten gaan om het identificeren van de grootste gemene deler:
“None of the arts theorise about individual cases. Medicine, for instance, does not theorise about what will help to cure Socrates or Callias, but only about what will help to cure any or all of a given class of patients. This alone is business: individual cases are so infinitely various that no systematic knowledge of them is possible.”
Overigens was geneeskunde in de tijd van Aristoteles één van de kunsten. Dat is dan weer jammer. In de wetenschap wordt creativiteit vaak hoog aangeslagen. Maar kunde is van minstens evenveel belang. Ik heb jaren geleden een aantal cursussen gedaan bij een van de groten van de epidemiologie: Olli S Miettinen. Hij zei altijd dat in wetenschap net als in tennis meestal de expertise, de kunde je de winst brengt. Op slagen op de baseline sla je zoveel mogelijk de ‘same old boring winner’ in zijn termen. Als je weet dat dat werkt ga je niet iedere keer iets anders proberen.
Alleen op het moment dat je in de problemen gebracht wordt is creativiteit, probleemoplossend vermogen door buiten de gebaande paden te denken en iets anders te doen dan anderen, beter. Maar dat komt in de methodologie van toegepaste medische wetenschap niet zo heel vaak voor.
Als je wilt aantonen dat de ene behandeling beter is dan de andere, loont het om goed te kijken naar hoe anderen dat hebben onderzocht bij vraagstukken die erop lijken. Je kunt niet telkens het wiel uitvinden, op een gegeven moment is de beste oplossing al voorhanden. Het kiezen voor en toepassen van die beste oplossing is kunde, geen kunst. Je kunt je creativiteit dan beter steken in het zo goed mogelijk uitdenken van de vraagstelling, het vormgeven van de details van het onderzoek en tenslotte in het nadenken over de resultaten: wat betekenen die nu eigenlijk. Daarin verschilt toegepaste medische wetenschap, waarin vooral naar effectgroottes wordt gezocht, van basaal wetenschappelijk onderzoek, waarin je wilt weten of een hypothese klopt of niet. Om nieuwe ontdekkingen te doen, moet je vaak ook nieuw onderzoek bedenken. Anders kom je niet verder.
“In the words of George Bernard Shaw: ‘Only fools repeat the same things over and over, expecting to obtain different results.’”
Het doel van wetenschap is kennis vergaren. Dat hoeft net als punten vergaren in tennis niet mooi te gebeuren, als het maar effectief gebeurt. Met soms een creatieve uitspatting.
Pieternel Pasker-de Jong




