In samenwerking met admin 09:03 Uncategorized

Geneeskunde en geneeskunst #1

Geneeskunde en geneeskunst #1

Als men wetenschap definieert als ‘het weten omtrent’ of ‘bekendheid hebben met’, zoals de eerste omschrijving van wetenschap in de Van Dale doet, dan kan men de opleiding tot arts zeker beschouwen als wetenschappelijk. Immers, de opleiding beoogt de toekomstige dokter kennis bij te brengen van ziekten en het disfunctioneren van het menselijk lichaam en een beetje van de geest. Maar toch hebben velen, waaronder academici met een niet-medische achtergrond, een ander idee over wetenschap. Immers: kennis van zaken aanleren in een bepaald vakgebied, moeten studenten van een beroepsopleiding ook. En daar wordt niet het predicaat ‘wetenschappelijk’ aan toegekend. Bovendien bestaat bij velen ook nog eens de indruk, en niet ten onrechte, dat de meeste dokters hun beroep uitoefenen op basis van aangeleerde kennis en ervaring zonder direct ‘wetenschap’ te bedrijven. Daar is overigens op zichzelf niks mis mee; veel artsen doen uitstekend werk en leveren goede patiëntenzorg zonder de ambitie wetenschapper te willen zijn.

Formele logica

Maar waarom is dan toch de opleiding van de vroegere magiër of barbier toebedeeld aan de universiteit? Geneeskunde naast geneeskunst. Dit heeft alles te maken met andere aspecten die aan het begrip wetenschap kleven. Willen we vergaarde kennis voor waar aannemen en in de praktijk toepassen, dan moet die kennis wel op wetenschappelijke wijze verkregen zijn. Daarmee bedoelen we: niet tot stand is gekomen op basis van alleen een gevoel of geloof, maar onderbouwd met formele logica en experimentele toetsing.

Dat brengt ons al snel bij het begrip ‘wetenschappelijk onderzoek’. Aan de basis van ieder onderzoek ligt nieuwsgierigheid, niet alleen openstaan voor iets nieuws, het onbekende, maar ook de vraag stellen ‘waarom het zo is’. En als daar een bevinding uitkomt en er conclusies worden getrokken, dan moeten die toetsbaar en reproduceerbaar zijn. De instrumenten om dit in de vingers te krijgen, zouden moeten worden aangereikt op de universiteit. Daarmee hoeft een academisch geschoolde arts niet per se zelf actief met wetenschappelijk onderzoek bezig te zijn, maar hij/zij moet wel in staat zijn de uitkomsten van dergelijk onderzoek kritisch te bezien en naar waarde te schatten.

Als ik terugga in de tijd en me de vraag stel of mijn eigen medische opleiding mij dit heeft bijgebracht, dan aarzel ik en neig ik eerder naar een ontkennend antwoord. Ik kan niet beoordelen of de huidige opleidingen daar beter in slagen.

Verrijking

Voor mij begon de onderzoekende wetenschap eigenlijk pas na het behalen van mijn artsenbul. En al snel ontdekte ik, dat ik er een stukje creativiteit in kwijt kon, waardoor ik het als een verrijking van het beroep ben gaan ervaren. Wel is er het nodige veranderd sinds mijn eerste stappen op het pad van de wetenschap. Dit betreft vooral de positie van de patiënt die tegenwoordig aanzienlijk beter is geregeld én de haalbaarheid van onderzoek. Mede dankzij het enthousiasme en de vindingrijkheid van verschillende ziekenhuismedewerkers kon onderzoek in die vroegere jaren plaatsvinden, waarvoor vandaag de dag de financiële middelen zouden ontbreken of bergen papierwerk de lust om door te zetten, zouden ontnemen. Bij het doen van onderzoek waren vaak jonge arts-assistenten in opleiding betrokken. De combinatie van onderzoek en opleiding zijn ingrediënten om je ‘scherp’ te houden, terwijl ze ook nog eens het plezier in het vak vergroten. Ik kan de huidige dokters van Meander Medisch Centrum die combinatie dan ook van harte aanraden.

Albert van de Wiel
Hoogleraar Clinical Medicine and Isotopes for Health te Delft

(Visited 1 times, 1 visits today)
Facebook
Twitter
LinkedIn
Sluiten