Direct na mijn doctoraal Farmacie ging ik promotieonderzoek doen in het Radboudumc. Het onderzoeksprotocol was al uitgedacht en subsidie werd gegeven door het Nederlands Astma Fonds. Vol enthousiasme begon ik aan de zoektocht naar de prejunctionele muscarine receptor. In dat kader fietste ik met een tonnetje ijs naar Longcentrum Dekkerswald om daar operatief verwijderd longweefsel op te halen. Ik prepareerde spiertjes uit het longweefsel en hing deze in een orgaanbadje waaraan allerlei farmacologisch actieve stoffen werden toegevoegd.
Helaas bleek dat deze receptor op deze manier niet aangetoond kon worden. Dit leidde tot een artikel in een peer reviewed tijdschrift en tot onvrede in dit kleine onderzoeksveld. Vervolgens overleed mijn promotor, waarna ik besloot met het onderzoek te stoppen en mijn apothekersexamen af te leggen.
Ik had het idee dat de deur naar onderzoek nu dicht was. Echter, door mijn onderzoekservaring en verschillende publicaties, lukte het mij relatief snel in opleiding te komen. Tijdens een dienst in de Gelderse Vallei werd ik geconfronteerd met een razende neuroloog die melatonine had voorgeschreven aan een patiënt met slaapklachten. De stadsapotheker wilde niet afleveren in verband met de vermeende bijwerkingen van dit in 1994 nog onbekende middel. Ik kende het middel ook niet en ging mij erin verdiepen. Samen met de neuroloog zetten we een slaappoli op voor verstoringen van de biologische klok. Het leuke voor mij als apotheker was dat alles samenkwam: een enthousiaste dokter, een stof die zowel lichaamseigen is als chemisch te produceren, en een half jaar onderzoektijd die bij de opleiding hoorde. We begonnen klein met een populatie slaappatiënten, maar breidden dit uit naar andere indicaties. De vervolgvragen waren talrijk. Inmiddels had ik de overstap naar ziekenhuis Rijnstate gemaakt, maar kon vanaf daar het onderzoek blijven doen. Ik werd geholpen door studenten Psychologie die allerhande reactietesten deden. Toen ik daarna in Meander kwam, was het boekje klaar en kon ik promoveren.
Na een presentatie voor Interne Geneeskunde vertelde één van de nefrologen dat dialysepatiënten vaak slecht sliepen. Was dit ook een defect van de biologische klok? Een half jaar later zou gestart worden met nachtdialyse. Wat zou dat doen met de slaapkwaliteit van deze patiënten? Er waren enthousiaste dokters, er was een aios die graag promotieonderzoek wilde doen; een onderzoekslijn was ontstaan. In 2009 promoveerde Birgit Koch op dit onderwerp. Er rezen vervolgvragen, want wat zou er gebeuren bij niertransplantatie? Er was een nieuwe aios en onderzoeksgeld werd gevonden; Marije Russcher promoveerde in 2015. inmiddels was de wereldwijde melatonine hype afgezwakt en vertrok één van de nefrologen.
Maar er kwam iets anders op mijn pad: alle ziekenhuizen werden verplicht een A-team te formeren. Samen met internist- infectioloog Eefje Jong, arts-microbioloog Patricia Buijtels – en later met haar opvolger Rocío Ramos Díaz – gingen we aan de slag met de opdracht: het maken van beleid en uitvoeren van onderzoek om antibiotica zo effectief mogelijk in te zetten. Dit leidde tot veel onderzoeksonderwerpen. Inmiddels hebben we onderzoek gedaan en gepubliceerd over onder andere switchen van intraveneus naar oraal, antibiotica-allergieën en de effectiviteit van pip-tazo versus meropenem bij neutropene koorts. Onderzoek in een STZ-ziekenhuis met gemotiveerde artsen en
geweldige ondersteuning vanuit het Wetenschapsbureau blijkt mogelijk… De onderwerpen liggen in de dagelijkse praktijk voor het oprapen!
Elsbeth nodigt Arend Mosterd, cardioloog, uit om de volgende column te schrijven.
Elsbeth Nagtegaal
Ziekenhuisapotheker in Meander Medisch Centrum




