Het schrijven van dit redactioneel was een hele bevalling. Ik ben er vier keer opnieuw aan begonnen. Dat had verschillende redenen: de eerste keer had ik een ander thema in gedachten dan er eigenlijk in dit exemplaar van de WIM wordt behandeld. Daarmee paste het niet bij de stukken in het blad, die ik ook nog niet allemaal gezien had. De tweede keer eindigde ik met een heel negatief stuk, wat natuurlijk niet de bedoeling is voor een tijdschrift dat bedoeld is om het enthousiasme voor wetenschap aan te wakkeren. Het derde exemplaar was net af toen bleek dat ik opnieuw moest beginnen omdat plannen voor de ‘WIM nieuwe stijl’ een jaar worden uitgesteld. Nu ben ik dus versie vier aan het schrijven.
Nou is het herschrijven van stukken in de wetenschap geen onbekend fenomeen: je begint met een protocol en voordat dit af is, heb je alle stukken een keer of wat herschreven. Dat helpt bij het begrijpen van de feitelijke onderzoeksvraag en maakt het onderzoek alleen maar beter. Maar het kan ook deprimerend zijn. Als je eindelijk een goed protocol hebt, kun je een subsidieaanvraag gaan schrijven. Vaak gebeurt dit andersom, of tegelijkertijd, maar naar mijn idee kun je alleen een goede subsidieaanvraag schrijven als je tot in enig detail weet hoe je onderzoek eruit gaat zien en er sprake is van overeenstemming in je onderzoeksgroep. Dan is een geschreven protocol essentieel. Ook een subsidieaanvraag heb ik nog nooit in één keer afgeschreven.
Hetzelfde geldt natuurlijk voor alle andere stukken die bij een onderzoek komen kijken, zoals het proefpersonen informatieformulier, vragenlijsten, monitoringplan, protocollen, datamanagement plan, statistisch analyseplan, en ga zo maar door. Bij veel van deze stukken gaat het om het helder verwoorden van wat je van plan bent, en niet om het verhelderen van dat plan, zoals dat wel speelt als je het protocol en de subsidieaanvraag schrijft. Maar ook dat lukt gewoonlijk niet in één keer.
Dat het belangrijk is om duidelijk te maken wat je gaat doen en waarom en hoe, vind je terug in een deel van de stukken in dit nummer. En dan nog kom je voor verrassingen te staan. Is het niet in het uitvoeren van onderzoek, dan wel bij de resultaten. En die moet je dan weer opschrijven…
Toch is het essentieel dat we schrijven over onderzoek. Als je onderzoek doet en niet deelt wat dit opleverde, zal het ook niet leiden tot verbetering van de zorg, omdat niemand er gebruik van kan maken. Ook bestaat de kans dat anderen het onderzoek opnieuw doen. Naast de verspilde tijd en moeite van de ander betekent dat ook het extra lastig vallen van de deelnemers aan de studie, zonder dat dit iets extra’s oplevert. Ook over de foutjes die je maakte en inzichten die je opdeed zouden we moeten schrijven. Dat is nog het moeilijkst van allemaal.
Eigenlijk is de belangrijkste eigenschap van een goede wetenschapper uitdrukkingsvaardigheid. En laat dat nou aan de universiteit niet gedoceerd worden…
Pieternel Pasker-de Jong
Epidemioloog, adviseur wetenschap Meander Academie en hoofdredacteur Wetenschap in Meander



