Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de zorg kan niet zonder.
We staan voor enorme uitdagingen die niet met de bekende methoden
en middelen op te lossen zijn. Daarom moet er geïnnoveerd worden.
En niet uitsluitend in de academische ziekenhuizen, al is het maar
omdat ze daar niet de grote aantallen patiënten hebben die wij wel
zien. De STZ-ziekenhuizen hebben dus een belangrijke rol in zowel de
te ontwikkelen oplossingen als in de evaluatie daarvan.
Onderzoek is echter niet vanzelfsprekend. Niet alleen is het uitdagend
om een onderzoek op te zetten, het kost ook veel tijd en geld. Beide zijn
schaars. Naast het opzetten vraagt ook het meedoen aan onderzoek
veel van ons. En zo komen we in een ingewikkelde situatie: stijgende
aantallen patiënten en de toegenomen complexiteit van de zorg eisen
meer en meer tijd voor deze zorg. Omdat we geen extra budget krijgen
om aan deze vraag te voldoen, is er dus minder tijd voor onderzoek. Dat
schuurt en is voelbaar binnen Meander. Ik merk het aan het dalend
aantal publicaties van eigen medewerkers en het lage aantal inzendingen voor het Wetenschapssymposium dat we om die reden hebben
uitgesteld naar november 2024. Naast de tijdelijke transformatiegelden vanuit het IZA, wordt het zoeken naar minder intensieve en invasieve behandelingen niet gestimuleerd vanuit de financiering van de zorg. Dit omdat we betaald worden voor wat we doen en niet voor wat we aan zorg verplaatsen, vervangen of voorkomen.
En dat alles terwijl de behoefte aan oplossingen steeds groter wordt
en het uitvinden, uitzoeken en implementeren daarvan veel tijd vergt.
Kort gezegd ligt het gevaar op de loer dat de harde roep om handen
aan het bed het onderzoek naar de zorg van de toekomst doet ondersneeuwen. Daar moeten we voor waken. We zullen daarom onderzoek
meer moeten waarderen én ondersteunen binnen Meander. Dat is buiten de lijntjes kleuren, want zoals ik al zei, zijn de middelen schaars.
Toch zullen we creatief naar oplossingen moeten zoeken. We willen toe
naar een lerende organisatie waarin we kritisch kijken naar wat we
doen, met meer aandacht voor wat de patiënt belangrijk vindt en met
inzet op preventie en het verminderen van de (verdere) zorgvraag.
Het zou zo helpen als de financiering van de zorg een structurele visie
krijgt op onderzoek, zodat zorg en onderzoek niet langer als communicerende vaten werken, maar elkaar versterken.
En terwijl we daarop blijven hopen, moeten we het doen met wat we
hebben. Gelukkig wordt er geweldig onderzoek gedaan binnen Meander, soms tegen de verdrukking in. Hulde voor de onderzoekers, maar
zeker ook voor de Meander Academie met ons Wetenschapsbureau.
Hier wordt onder de bezielende leiding van Annabelle Vinkhuyzen en
haar team, dat een groot hart heeft voor zorg en onderzoek, gewerkt
aan de toekomst.
Laten we ons hard blijven maken voor dit belangrijke onderwerp, zowel
binnen als buiten Meander.
Astrid Posthouwer
Voorzitter Raad van Bestuur Meander Medisch Centrum




